Er zijn veel goede vakmensen nodig
Bij de ambachtelijke muziekinstrumentenbouw moet je niet denken aan synthesizers en andere elektronische apparatuur, maar aan de piano en de viool.
Pianotechnicus
Als pianotechnicus stem en repareer je piano’s en vleugels. Gewoonlijk moeten piano’s een paar keer per jaar worden gestemd. Concertvleugels worden voor iedere uitvoering weer opnieuw gestemd. Verder bepaal je of er onderhoud aan het instrument moet worden uitgevoerd. Dit onderhoud voer je zo veel mogelijk zelf uit. Voor grotere reparaties en restauraties adviseer je de klant over de mogelijkheden die er zijn. Ook geef je adviezen over de aankoop van nieuwe of tweedehands piano’s.
De snaren van de piano span en ontspan je met een stemsleutel. De toonhoogte kun je meten, maar voor de fijne afstemming moet je afgaan op je gehoor. Het speelmechanisme stel je uiterst precies af, zodat de kleinste aanslagnuances mogelijk zijn. Je voert ook kleine reparaties uit, zoals de vervanging van snaren. Je maakt hamers die blijven hangen weer beweegbaar en brengt pedalen die niet goed werken in orde. Ook spoor je bijgeluiden op en neem je de oorzaak daarvan weg. Je werkt met verschillende materialen, zoals hout, ivoor, been, kunststoffen, vilt, laken en stof. Behalve het repareren van bestaande onderdelen, moet je soms ook zelf onderdelen maken. Als vakbekwaam pianotechnicus zorg je ervoor dat de pianist(e) zuiver en probleemloos kan musiceren.
Vioolbouwer
Een vioolbouwer bouwt violen en altviolen. Voor het bouwen van cello’s en contrabassen is aparte kennis vereist, waar de meeste vioolbouwers ook over beschikken.
Dit beroep wordt tegenwoordig nog door een klein aantal vaklieden uitgeoefend. Een viool bestaat uit zestig onderdelen met alle zeer nauw luisterende eigenschappen, zoals de kam waar de snaren over lopen, de zangbalk en de stapel (een stukje vurenhout in de klankkast dat de trillingen van het bovenblad overbrengt naar het onderblad) in de klankkast.
De houtsoort is heel belangrijk voor de klank van de viool. De meest gebruikte houtsoorten zijn vuren-, esdoorn- en ebbenhout. Het bovenblad is van vurenhout en het onderblad wordt uit het hardere esdoornhout gesneden. In het bovenblad worden de f-gaten aan de hand van sjablonen uitgetekend en uitgezaagd. Het zijn de gaten waaruit de klank naar buiten komt.
Voor de snaren worden darmsnaren gebruikt.
Vereiste capaciteiten
Als muziekinstrumentenbouwer moet je:- een uitstekend muzikaal gehoor hebben
- handig zijn
- nauwkeurig en zorgvuldig kunnen werken
- goed met mensen kunnen omgaan
- goed mondeling uitdrukkingsvermogen hebben
Arbeidsomstandigheden
Als muziekinstrumentenbouwer ben je meestal zelfstandig ondernemer. Soms ben je in loondienst bij zo’n ondernemer. In dat laatste geval werk je meestal in een klein team. Als pianotechnicus werk je ook vaak bij klanten thuis, in muziekscholen of in muziektheaters.
Opleidingen
In Nederland bestaan diverse particuliere cursussen voor het beroep van vioolbouwer en pianotechnicus. Ook aan het Hout- en Meubileringcollege bestaan voorbereidende opleidingen, waarna men het vak in de praktijk verder leert bij een leerbedrijf.
Toonaangevend op het gebied van kennisbehoud en opleiding tot bouwer en restaurator van snaarinstrumenten is het West Dean College nabij Chichester in West-Sussex in Engeland.